Interviewreeks met collega's

‘Ik voel me echt elke week slimmer worden’

Ontmoet Robbert. Voor hem betekent ‘mensen maken wijzer’ vooral: blijven groeien. Nieuwsgierig blijven. Jezelf blijven uitdagen. Want hoewel hij inmiddels al jaren met veel plezier voor groep 8 staat op De Wereldwijzer, begon het vorig jaar toch een beetje te kriebelen.

‘Ik dacht op een gegeven moment: ga ik dit tot mijn pensioen doen?’ vertelt hij lachend. ‘En het antwoord was eigenlijk meteen: Nee. Niet op deze manier.’ Die zoektocht bracht hem bij de master Leren & Innoveren. Een opleiding die hem niet alleen anders naar onderwijs laat kijken, maar ook naar zichzelf.

‘Ik ben begonnen op de kunstacademie’

Wie Robbert vandaag ziet als meester van groep 8, verwacht misschien niet dat zijn route begon op de kunstacademie. ‘Toen ik van de havo kwam, ben ik de docentenopleiding beeldende kunst gaan doen,’ vertelt hij. ‘Dat vond ik geweldig. Alleen de stages op het middelbaar onderwijs… daar werd ik echt ongelukkig van.’ Hij herinnert zich nog goed hoe hij als stagiair een map met lessen op tafel kreeg. ‘Zo van: deze lessen geven we hier al jaren en die ga jij ook geven. Daar kreeg ik echt jeuk van.’ Dus ging hij op zoek naar iets anders. Uiteindelijk kwam hij terecht in het basisonderwijs, als kunstvakdocent. ‘Dat bestond eigenlijk bijna niet,’ zegt hij lachend. ‘Maar ik ben er wel in afgestudeerd.’

Hij ging aan de slag op De Wereldwijzer als kunstdocent voor alle groepen. Tot corona uitbrak. ‘Online kunstlessen geven bleek nogal ingewikkeld,’ vertelt hij. ‘En toen vroeg de toenmalige directeur of de zij-instroom van de pabo misschien iets voor mij was.’ Dat bleek een schot in de roos. Inmiddels staat Robbert al vijf jaar als groepsleerkracht voor groep 8. ‘Volgens de kinderen ben ik nu “de gewone meester”,’ zegt hij lachend. ‘Dat vind ik altijd heel grappig.’

‘Via intranet werd eigenlijk een zaadje geplant’

Hoewel hij nog altijd met veel plezier werkt, merkte Robbert vorig jaar dat hij iets miste. ‘Het werd allemaal een beetje hetzelfde. Weer groep 8, weer de musical, weer hetzelfde ritme. Natuurlijk verander je wel dingen, maar ergens dacht ik: ik ken dit nu wel.’

Dat gevoel bracht hem terug bij iets wat hij al eerder voorbij had zien komen binnen Wijzer: de master Leren & Innoveren. ‘Via nieuwsbrieven en intranet werden medewerkers geattendeerd op de verschillende masters die je kon volgen,’ vertelt hij. ‘Daardoor werd eigenlijk een zaadje geplant. Ik kende de opleiding daardoor al, ook al deed ik er op dat moment nog niks mee.’  Pas later begon het echt te leven. ‘Toen dacht ik ineens: misschien is dit eigenlijk precies wat ik nodig heb.’ Toch vond hij het spannend. ‘Het zag er best pittig uit. Ik dacht echt: kan ik dit wel? En past dit naast mijn werk?’ Maar tijdens open dagen en lezingen begon het steeds meer te kriebelen. Tot die ene donderdag. ‘Toen dacht ik ineens: we gaan dit gewoon doen.’

‘Ik heb nog nooit zo naar mijn zin gehad’

Inmiddels zit Robbert aan het einde van zijn eerste studiejaar. En enthousiast is hij absoluut. ‘Ik heb het nog nooit zo naar mijn zin gehad,’ vertelt hij. ‘Echt niet.’ Wat hem zo aanspreekt? Vooral de combinatie tussen theorie, onderzoek en dagelijkse praktijk. ‘Je leert niet alleen nieuwe dingen, maar je gaat vooral verbanden zien tussen dingen die je al deed.’ Waar een les vroeger ‘gewoon een les’ was, kijkt hij daar nu heel anders naar. ‘Elke les is nu ook een les aan mezelf. Wat doe ik eigenlijk? Wat zie ik? En wat zie ik misschien nog niet?’ Volgens Robbert zit de grootste verandering niet eens in wat hij doet, maar in hoe hij kijkt. ‘Er verandert eigenlijk heel veel én tegelijkertijd helemaal niks,’ zegt hij lachend. ‘Alleen je perceptie verandert compleet.’

 

‘Je wordt echt met je neus op de feiten gedrukt’

De opleiding draait niet alleen om onderwijsontwikkeling, maar ook om persoonlijke ontwikkeling. ‘Je wordt echt met je neus op de feiten gedrukt,’ vertelt hij. ‘Over je aannames, je kernwaarden, waarom je reageert zoals je reageert.’ Dat gebeurt in kleine studiegroepen waarin studenten voortdurend reflecteren op hun handelen. ‘Dat is soms vermoeiend,’ geeft hij toe. ‘Maar ook ontzettend verhelderend.’ Langzaam merkt hij dat hij zichzelf steeds beter leert kennen. ‘Ik snap nu ook beter waarom ik soms chagrijnig door de gang loop,’ zegt hij lachend. ‘Dan denk ik: oh… ik was het probleem.’

Wat Robbert leert, blijft niet alleen bij hemzelf. Binnen De Wereldwijzer betrekt hij collega’s actief bij onderzoeken en verbeteringen. ‘Ik organiseer focusgroepen,’ vertelt hij. ‘Dat klinkt heel ingewikkeld, maar eigenlijk zijn het gewoon slimme vergaderingen.’ Samen met collega’s onderzoekt hij onderwijsontwikkelingen en kijkt hij hoe inzichten uit onderzoek toegepast kunnen worden in de praktijk. ‘Het verschil is dat je het samen opbouwt,’ legt hij uit. ‘Dan belandt een onderzoek niet in een la.’ Volgens Robbert zit daar precies de kracht van innovatie. ‘Het is geen moetje van: hier heb je een presentatie en succes ermee. Nee, het is: we gaan dit samen doen omdat het interessant is.’

Hij merkt dat gesprekken met collega’s daardoor ook verdiepen. ‘Je gaat minder uit van onderbuikgevoel en meer van: wat zegt de theorie, wat zegt onze context en hoe bewegen wij daartussen?’

‘Wijzer gaf me gewoon die kans’

Dat hij deze stap überhaupt kon zetten, heeft volgens Robbert ook veel te maken met de ruimte die hij kreeg vanuit Wijzer en zijn directeur Bianca. ‘Ik ben naar Bianca toegegaan en zei dat ik dit heel graag wilde doen,’ vertelt hij. ‘En zij reageerde meteen super enthousiast.’ Er werd snel geregeld dat Robbert één dag per week uitgeroosterd werd om te studeren. ‘Eigenlijk was het heel snel geregeld,’ zegt hij. ‘Dat vertrouwen voelde echt heel fijn.’ Volgens hem laat dat precies zien waar Wijzer sterk in is. ‘Het maakt hier eigenlijk niet uit waar jouw talent ligt,’ zegt hij. ‘Als je iets wilt ontwikkelen of onderzoeken, krijg je daar echt kansen voor.’

‘Mijn droom? Een school bouwen mét de wijk’

En die ontwikkeling stopt voorlopig nog niet. Desgevraagd waar hij over tien jaar staat, blijkt dat daar al een behoorlijk duidelijke droom achter zit. Robbert wil ooit een school opzetten midden in een wijk die dat hard nodig heeft. Een plek waar onderwijs, ouders, kinderen en buurt samenkomen. ‘Een school dóór de wijk, vóór de wijk en mét de wijk,’ vertelt hij enthousiast. ‘Een plek waar alles samenkomt.’ In zijn ideale school zijn vakken niet meer los van elkaar te herkennen en draait alles om projecten die verbonden zijn aan de omgeving. ‘We bouwen dingen voor de wijk, lossen dingen op voor de wijk en leren samen met de wijk,’ zegt hij. ‘Een plek waar mensen trots op zijn omdat iedereen erbij betrokken is.’ Dat die droom misschien dichterbij ligt dan gedacht, beseft hij zelf inmiddels ook. Binnenkort gaat hij al in gesprek bij locatie van Wijzer over nieuwe onderwijsconcepten rondom familiescholen. Maar voorlopig geniet hij vooral van waar hij nu staat. ‘Ik ben gewoon echt super enthousiast over wat ik nu doe,’ zegt hij. ‘En ik weet zeker dat ik hierna ook weer verder wil leren.’ Want stil blijven staan? Dat past niet bij Robbert. ‘Je kan dingen niet meer níét weten als je ze eenmaal geleerd hebt,’ zegt hij. ‘En dat maakt leren eigenlijk het mooiste wat er is.