Voor Andrea begon haar verhaal op de Erikaschool. Als leerling. Inmiddels staat ze op het punt om medewerker te worden bij kinderopvang Panta Rhei. Een plek waar ze ooit begon als stagiaire en waar ze nu haar droombaan heeft gevonden. In gesprek met Andrea én met Lisette van de Ericaschool en Rolf van Panta rhei ontstaat een verhaal over kansen zien, buiten de standaardroutes durven denken en samen bouwen aan een plek waar iedereen mee kan doen.
Andrea kwam ongeveer elf jaar geleden vanuit Suriname naar Nederland. Op school bleek leren niet vanzelfsprekend en kwam ze terecht op Voortgezet Speciaal Onderwijs – de Ericaschool. ‘Rekenen vond ik moeilijk en leren ging gewoon niet altijd makkelijk,’ vertelt Andrea. ‘Maar ik wist eigenlijk al heel jong wat ik later wilde doen: werken met kinderen.’
Tijdens haar schooltijd liep ze verschillende stages. Eerst in de schoonmaak, later bij PostNL. Maar echt gelukkig werd ze daar niet van. ‘Dat voelde gewoon niet als iets wat bij mij paste.’ Toch bleef één wens steeds terugkomen: werken in de kinderopvang. ‘Gewoon leuke dingen doen met kinderen,’ zegt Andrea glimlachend. ‘Spelen, helpen, gezelligheid. Dat leek me altijd al het leukst.’
Op de Ericaschool zagen ze die wens ook steeds terugkomen. Toch was de stap naar werken met kinderen niet vanzelfsprekend. ‘Toen Andrea in VSO 4 zat, werd eigenlijk gezegd: werken met kinderen wordt lastig,’ vertelt Lisette Prins van de Ericaschool. ‘Maar wij dachten juist: kan niet bestaat niet.’ Samen met collega Yvonne bleef ze kijken naar mogelijkheden.
Op dat moment ontstond ook het contact met Rolf Schimmer van Panta rhei. Rolf werkte eerder zelf in het speciaal onderwijs en herkende direct hoe belangrijk het is om jongeren een echte kans te geven. ‘Voor mij draait onderwijs en opvang uiteindelijk om een plek creëren voor iedereen,’ vertelt hij. ‘Dus toen Andrea ter sprake kwam, dacht ik eigenlijk meteen: laat maar komen.’
De eerste stap was bewust klein. Andrea begon met conciërgeachtige taken binnen de school en draaide langzaam mee op de opvanglocatie. ‘We wilden voorkomen dat het weer een negatieve ervaring zou worden,’ vertelt Lisette. ‘Dus we begonnen met korte dagen, duidelijke taken en veel begeleiding.’
In het begin kwamen medewerkers van de Ericaschool regelmatig langs om te kijken hoe het ging. ‘Maar eigenlijk merkten we al heel snel dat Andrea hier op haar plek zat,’ zegt Lisette. ‘Het team pakte haar meteen goed op.’ Ook Rolf zag dat snel gebeuren. ‘Ze hoorde eigenlijk direct bij het team. Dat vonden wij ook belangrijk. Niet: dit is een stagiaire waar we een beetje voorzichtig mee omgaan. Nee, gewoon echt onderdeel van het geheel.’
Dat betekent niet dat het vanzelf gaat. Zowel Rolf als Lisette zijn daar eerlijk over. ‘Dit vraagt extra begeleiding,’ zegt Rolf. ‘Je moet daar tijd en aandacht voor vrijmaken. Maar dat hoort er wat mij betreft gewoon bij.’
Binnen Panta rhei heeft Andrea vaste begeleiding van collega Ellen en de teamleider. Daarnaast blijft ook de ondersteuning vanuit school en het doelgroepenregister beschikbaar. ‘Het succes zit uiteindelijk niet alleen in systemen,’ zegt Rolf. ‘Het zit in hoe je als organisatie kijkt naar mensen.’
Volgens hem vraagt dat soms ook om anders organiseren. ‘Andrea heeft een basispakket aan ondersteunende taken, maar waar het kan, betrekken we haar ook bij activiteiten met de kinderen. En we kijken steeds verder: welke trainingen kan ze misschien ook volgen? Hoe kan ze verder groeien?’
Voor Andrea zelf voelt het inmiddels alsof alles op zijn plek valt. ‘Dit was echt mijn droombaan,’ vertelt ze trots.
‘Ik zei vroeger al tegen mijn vader: ik wil later met kinderen werken.’ Inmiddels kent ze de kinderen goed, helpt ze mee op de groep en kijkt ze uit naar haar officiële start als medewerker. ‘Ik vind het gewoon leuk om met kinderen bezig te zijn.’ Ook thuis wordt haar ontwikkeling gevierd. ‘Mijn ouders zijn heel trots,’ vertelt Andrea. ‘We hebben zelfs een feestje gehouden toen duidelijk werd dat ik hier mocht blijven werken.’
Volgens Lisette zegt dat veel. ‘Andrea heeft echt hard gewerkt om hier te komen. En het mooie is: nu zien andere leerlingen ook dat zoiets mogelijk is.’
Voor Rolf gaat dit verhaal over meer dan één medewerker. ‘De maatschappij is nog niet vanzelfsprekend ingericht op jongeren zoals Andrea,’ zegt hij. ‘En dat is eigenlijk heel oneerlijk.’ Juist daarom vindt hij het belangrijk dat organisaties actief kijken naar mogelijkheden.
‘Als iedereen een klein beetje meebeweegt, kunnen dit soort jongeren ook gewoon werk doen waar ze gelukkig van worden.’ En dat werkt volgens hem door op veel meer plekken. ‘Andrea is niet alleen een voorbeeld voor andere jongeren met een extra ondersteuningsvraag. Ze laat ook aan andere kinderen zien dat iedereen ertoe doet en een plek verdient.’
Wat begon als een stageplek, groeide uit tot een baan. Van leerling naar collega. En volgens Lisette blijft het daar waarschijnlijk niet bij. ‘Nu Andrea deze stap zet, volgen er alweer andere leerlingen,’ vertelt ze. ‘Het begint langzaam te groeien.’ Daarmee laat dit verhaal misschien wel precies zien waar ‘Mensen maken Wijzer’ over gaat: niet alleen kijken naar diploma’s of beperkingen, maar naar mogelijkheden. Naar wat iemand nodig heeft om te groeien. En naar wat er kan ontstaan als mensen echt in elkaar geloven. Of zoals Rolf het zegt: ‘Als je zegt dat je voor mensen zorgt, dan hoort iedereen daarbij.’